静寂
Seijaku
De stilte proeven.
- 161 閑さや岩にしみ入る蝉の声 Wat een stilte — het lied van de cicaden dringt de rotsen binnen.
- 160 古池や蛙飛び込む水の音 Oude vijver — een kikker springt erin, geluid van water.
- 137 明鏡止水 Heldere spiegel, stil water.
- 211 名月や池をめぐりて夜もすがら Volle maan — heel de nacht liep ik rond de vijver.
- 167 春の海ひねもすのたりのたりかな Lentezee — heel de dag deint ze, deint ze zachtjes.
- 227 朝顔や一輪深き淵の色 Een winde — een enkele bloem, blauw als een diepe kolk.
- 212 山路来て何やらゆかしすみれ草 Bergpad — een ik-weet-niet-wat ontroerends: een viooltje.
- 230 いくたびも雪の深さを尋ねけり Telkens en telkens weer vraag ik: de sneeuw, hoe hoog ligt hij nu?
- 058 口は災いの元 De mond is de bron van alle ellende.
- 107 物言えば唇寒し秋の風 Nauwelijks het woord gezegd, koud zijn de lippen — herfstwind.