De spreekwoorden
Het hele corpus, in de volgorde van het boek. Elk item opent op zijn woord-voor-woordlezing, zijn oorsprong en zijn karakters.
Per vorm Alle SpreekwoordenVier tekensOnvertaalbare woordenVerhalen achter uitdrukkingenHaiku · Per thema GeduldVolhardingWerkDisciplineBandenMoedNederigheidLerenLevenVallen & opstaanNatuurTijd ·
- 001 石の上にも三年 Zelfs een steen wordt warm als je er drie jaar op zit.
- 002 七転び八起き Val zeven keer, sta acht keer op.
- 003 千里の道も一歩から Een reis van duizend mijl begint met één stap.
- 004 継続は力なり Volhouden is kracht.
- 005 塵も積もれば山となる Zelfs stof wordt een berg als het zich opstapelt.
- 006 雨垂れ石を穿つ De druppel holt uiteindelijk de steen uit.
- 007 急がば回れ Heb je haast, neem dan de omweg.
- 008 善は急げ Wat goed is, doe het snel.
- 009 思い立ったが吉日 De beste dag om te beginnen is de dag waarop je eraan denkt.
- 010 猿も木から落ちる Zelfs apen vallen uit bomen.
- 011 上手の手から水が漏れる Zelfs uit bekwame handen lekt water.
- 012 失敗は成功のもと Mislukking is de bron van succes.
- 013 好きこそものの上手なれ Juist door iets lief te hebben word je er goed in.
- 014 習うより慣れろ Beter oefenen dan uit boeken leren.
- 015 初心忘るべからず Vergeet nooit de geest van de beginner.
- 016 温故知新 Verwarm het oude om het nieuwe te kennen.
- 017 井の中の蛙大海を知らず De kikker op de bodem van de put kent de grote oceaan niet.
- 018 百聞は一見に如かず Honderd keer horen weegt niet op tegen één keer zien.
- 019 論より証拠 Bewijs gaat boven betoog.
- 020 花より団子 Liever knoedels dan bloemen.
- 021 猫に小判 Goudstukken aan een kat geven.
- 022 石橋を叩いて渡る Klop op de stenen brug voor je hem oversteekt.
- 023 転ばぬ先の杖 De stok vóór de val.
- 024 備えあれば憂いなし Wie voorbereid is, heeft niets te vrezen.
- 025 念には念を入れよ Voeg bij de voorzorg nog voorzorg.
- 026 覆水盆に返らず Gemorst water keert niet terug in de schaal.
- 027 後悔先に立たず Spijt komt nooit vóór de daad.
- 028 出る杭は打たれる De paal die uitsteekt, wordt teruggeslagen.
- 029 能ある鷹は爪を隠す De bekwame valk verbergt zijn klauwen.
- 030 実るほど頭を垂れる稲穂かな Hoe rijper de rijstaar, hoe dieper hij het hoofd buigt.
- 031 負けるが勝ち Verliezen is winnen.
- 032 急いては事を仕損じる Haast doet het werk mislukken.
- 033 短気は損気 Ongeduld is verlies.
- 034 笑う門には福来る Het geluk komt naar huizen waar gelachen wordt.
- 035 病は気から De kwaal komt uit het gemoed.
- 036 類は友を呼ぶ Soort zoekt soort.
- 037 朱に交われば赤くなる Wie vermiljoen aanraakt, wordt rood.
- 038 情けは人のためならず Goedheid gaat nooit verloren.
- 039 遠くの親戚より近くの他人 Beter een goede buur dan een verre vriend.
- 040 二兎を追う者は一兎をも得ず Wie twee hazen jaagt, vangt er geen.
- 041 蛙の子は蛙 Het jong van een kikker is een kikker.
- 042 鳶が鷹を生む Uit een wouw kan een valk geboren worden.
- 043 灯台下暗し De voet van de kandelaar blijft in de schaduw.
- 044 医者の不養生 De dokter verwaarloost zijn eigen gezondheid.
- 045 紺屋の白袴 De verver draagt een witte hakama.
- 046 餅は餅屋 Voor mochi ga je naar de mochimaker.
- 047 芸は身を助ける Een talent komt altijd nog van pas.
- 048 無くて七癖 Zelfs wie denkt er geen te hebben, heeft zeven eigenaardigheden.
- 049 十人十色 Tien mensen, tien kleuren.
- 050 蓼食う虫も好き好き Sommige insecten lusten zelfs de bittere duizendknoop.
- 051 住めば都 Waar je woont, wordt de hoofdstad.
- 052 郷に入っては郷に従え In het dorp, volg de gebruiken van het dorp.
- 053 旅は道連れ世は情け Op reis een metgezel, in het leven welwillendheid.
- 054 可愛い子には旅をさせよ Laat het kind dat je liefhebt op reis gaan.
- 055 親の心子知らず Het kind kent het hart van zijn ouders niet.
- 056 子は鎹 Het kind is de kram van het gezin.
- 057 目は口ほどに物を言う De ogen zeggen evenveel als de mond.
- 058 口は災いの元 De mond is de bron van alle ellende.
- 059 言わぬが花 Niet zeggen, dat is de bloem.
- 060 良薬は口に苦し Het goede medicijn is bitter in de mond.
- 061 馬子にも衣装 Kleren sieren zelfs de stalknecht.
- 062 人は見かけによらぬもの Mensen zijn niet wat ze lijken.
- 063 武士は食わねど高楊枝 Ook met lege maag houdt de samoerai zijn tandenstoker hoog.
- 064 早起きは三文の徳 Vroeg opstaan is drie stuivers winst.
- 065 時は金なり Tijd is geld.
- 066 光陰矢の如し De tijd vliegt als een pijl.
- 067 歳月人を待たず De jaren wachten op niemand.
- 068 一期一会 Eén leven, één ontmoeting.
- 069 一石二鳥 Eén steen, twee vogels.
- 070 一日一善 Elke dag één goede daad.
- 071 明日は明日の風が吹く Morgen waait de wind van morgen.
- 072 棚からぼた餅 Een rijstgebakje dat van de plank valt.
- 073 渡りに船 Een boot, net op het moment van oversteken.
- 074 案ずるより産むが易し Doen is makkelijker dan vrezen.
- 075 百害あって一利なし Honderd schaden, geen enkele baat.
- 076 人間万事塞翁が馬 Alles in het leven is als het paard van de oude man.
- 077 雨降って地固まる Na de regen wordt de grond vaster.
- 078 待てば海路の日和あり Wie kan wachten, ziet de zee mooi worden.
- 079 千丈の堤も蟻の一穴から De hoogste dijk bezwijkt door een mierengat.
- 080 大器晩成 Grote vazen vragen tijd om te vormen.
- 081 為せば成る、為さねば成らぬ、何事も Handel, en het zal geschieden; handel niet, en niets geschiedt — in alle dingen.
- 082 我、事において後悔せず In mijn daden ken ik geen spijt.
- 083 蒔かぬ種は生えぬ Het zaad dat je niet zaait, komt niet op.
- 084 楽あれば苦あり、苦あれば楽あり Na het gemak komt de moeite, na de moeite komt het gemak.
- 085 縁の下の力持ち De krachtdrager onder de veranda.
- 086 二度あることは三度ある Wat twee keer gebeurt, gebeurt ook een derde keer.
- 087 三度目の正直 Derde keer, goede keer.
- 088 聞くは一時の恥、聞かぬは一生の恥 Vragen is een schande van een ogenblik, niet vragen een schande voor het leven.
- 089 人の振り見て我が振り直せ Zie de manieren van anderen en verbeter de jouwe.
- 090 我が身をつねって人の痛さを知れ Knijp jezelf om de pijn van anderen te kennen.
- 091 魚心あれば水心 Houdt de vis van het water, dan houdt het water van de vis.
- 092 持ちつ持たれつ Elkaar dragen, beurtelings.
- 093 亀の甲より年の功 Beter dan het schild van de schildpad: de verdienste van de jaren.
- 094 負うた子に教えられて浅瀬を渡る Het kind op je rug wijst de doorwaadbare plek.
- 095 昔取った杵柄 Het stamperhandvat van vroeger.
- 096 器用貧乏 Overal handig in, nergens rijk van.
- 097 帯に短し襷に長し Te kort voor een gordel, te lang voor een koord.
- 098 海老で鯛を釣る Met een garnaal een zeebrasem vangen.
- 099 損して得取れ Aanvaard te verliezen om daarna te winnen.
- 100 安物買いの銭失い Goedkoop kopen is je geld verliezen.
- 101 月に叢雲、花に風 Over de maan de wolken, over de bloesems de wind.
- 102 柳に雪折れなし Sneeuw breekt de wilg niet.
- 103 柳の下にいつも泥鰌はいない Onder de wilg zit niet altijd een modderkruiper.
- 104 山高きが故に貴からず Een berg is niet edel omdat hij hoog is.
- 105 風が吹けば桶屋が儲かる Als de wind waait, wordt de kuipenmaker rijk.
- 106 秋の日は釣瓶落とし De herfstzon valt als een emmer in de put.
- 107 物言えば唇寒し秋の風 Nauwelijks het woord gezegd, koud zijn de lippen — herfstwind.
- 108 月日は百代の過客にして De dagen en maanden zijn de reizigers van honderd generaties.
- 109 ゆく河の流れは絶えずして、しかももとの水にあらず De rivier stroomt zonder ophouden, en toch is het nooit hetzelfde water.
- 110 雪は天から送られた手紙である Sneeuw is een brief, gezonden uit de hemel.
- 111 花は盛りに、月は隈なきをのみ見るものかは Moet je de bloesems alleen in volle bloei bekijken, de maan alleen zonder wolk?
- 112 一寸先は闇 Eén duim vooruit, en het is duister.
- 113 一寸の虫にも五分の魂 Zelfs het insect van één duim heeft zijn trots van een halve duim.
- 114 鉄は熱いうちに打て Smeed het ijzer als het heet is.
- 115 隣の花は赤い De bloemen van de buurman zijn roder.
- 116 足るを知る Weten wat genoeg is.
- 117 起きて半畳、寝て一畳 Staand een halve tatami, liggend een hele.
- 118 腹八分目に医者いらず Een maag voor acht tienden gevuld heeft geen dokter nodig.
- 119 過ぎたるは猶及ばざるが如し Te veel is als te weinig.
- 120 一事が万事 Eén ding zegt alle dingen.
- 121 隗より始めよ Begin bij Kai.
- 122 百里を行く者は九十を半ばとす Wie honderd mijl gaat, houdt negentig voor de helft.
- 123 商いは牛の涎 Handel is als het kwijl van de os.
- 124 敵に塩を送る Zout sturen naar je vijand.
- 125 勝って兜の緒を締めよ Na de overwinning, snoer de banden van je helm aan.
- 126 一葉落ちて天下の秋を知る Eén blad valt, en men weet dat de herfst over de wereld komt.
- 127 大は小を兼ねる Het grote omvat het kleine.
- 128 宝の持ち腐れ Een schat die je laat bederven.
- 129 下手の横好き Onhandig, maar bezield.
- 130 不言実行 Handelen zonder het te zeggen.
- 131 切磋琢磨 Elkaar slijpen en polijsten.
- 132 一意専心 Eén doel, heel het hart.
- 133 初志貫徹 Je eerste voornemen tot het einde dragen.
- 134 臥薪嘗胆 Slapen op hout, gal proeven.
- 135 晴耕雨読 Ploegen bij zon, lezen bij regen.
- 136 花鳥風月 Bloemen, vogels, wind, maan.
- 137 明鏡止水 Heldere spiegel, stil water.
- 138 雲外蒼天 Voorbij de wolken, de blauwe hemel.
- 139 誠心誠意 Met heel het hart, in alle oprechtheid.
- 140 質実剛健 Oprechte eenvoud, stille kracht.
- 141 和を以て貴しとなす De harmonie voor het kostbaarste houden.
- 142 頭隠して尻隠さず Je hoofd verbergen en je achterste laten zien.
- 143 二階から目薬 Oogdruppels toedienen vanaf de eerste verdieping.
- 144 焼け石に水 Water op een gloeiende steen.
- 145 泣きっ面に蜂 Een bij op een betraand gezicht.
- 146 渡る世間に鬼はない In de wijde wereld wonen geen demonen.
- 147 馬が合う Samengaan als ruiter en paard.
- 148 竹馬の友 Vrienden van de bamboestelten.
- 149 船頭多くして船山に上る Te veel schippers hijsen de boot de berg op.
- 150 一を聞いて十を知る Eén horen, tien begrijpen.
- 151 学問に王道なし Er is geen koninklijke weg naar kennis.
- 152 玉磨かざれば光なし Ongepolijste jade glanst niet.
- 153 愚公、山を移す De oude dwaas verzet de berg.
- 154 苦は楽の種 De moeite is het zaad van de vreugde.
- 155 若い時の苦労は買ってでもせよ De moeiten van de jeugd — koop ze desnoods.
- 156 山あり谷あり Er zijn bergen, er zijn dalen.
- 157 日進月歩 Elke dag vooruit, elke maand een stap.
- 158 身から出た錆 Roest komt uit de kling zelf.
- 159 一年の計は元旦にあり Het plan voor het jaar wordt op nieuwjaarsochtend getekend.
- 160 古池や蛙飛び込む水の音 Oude vijver — een kikker springt erin, geluid van water.
- 161 閑さや岩にしみ入る蝉の声 Wat een stilte — het lied van de cicaden dringt de rotsen binnen.
- 162 五月雨をあつめて早し最上川 De junigenregens verzamelend stroomt snel de Mogami.
- 163 やせ蛙負けるな一茶これにあり Magere kikker, geef je niet gewonnen — Issa is hier.
- 164 雀の子そこのけそこのけお馬が通る Musjes, opzij, opzij! Het paard komt voorbij.
- 165 朝顔に釣瓶とられてもらい水 Een winde heeft mijn putemmer gegrepen — ik vraag water bij de buren.
- 166 名月を取ってくれろと泣く子かな „Pak de maan voor mij!” huilt het kind.
- 167 春の海ひねもすのたりのたりかな Lentezee — heel de dag deint ze, deint ze zachtjes.
- 168 菜の花や月は東に日は西に Koolzaadveld — de maan in het oosten, de zon in het westen.
- 169 乗りかかった船 De boot waarin je al bent gestapt.
- 170 喉元過ぎれば熱さを忘れる Voorbij de keel is de brand vergeten.
- 171 火のない所に煙は立たぬ Geen rook zonder vuur.
- 172 悪銭身に付かず Slecht verworven geld blijft niet.
- 173 正直は一生の宝 Eerlijkheid is de schat van een leven.
- 174 嘘つきは泥棒の始まり De leugen is het begin van de diefstal.
- 175 花七日 Bloesems duren zeven dagen.
- 176 明日の百より今日の五十 Beter vijftig vandaag dan honderd morgen.
- 177 遠慮なければ近憂あり Zonder verre blik, nabije zorgen.
- 178 義を見てせざるは勇なきなり Het juiste zien en het niet doen, is gebrek aan moed.
- 179 過ちて改めざる、是を過ちという De ware fout is je fout niet te herstellen.
- 180 千慮の一失 Op duizend gedachten, één misslag.
- 181 秋深き隣は何をする人ぞ Diepe herfst — mijn buurman, wat doet hij toch?
- 182 虎穴に入らずんば虎子を得ず Wie het hol van de tijger niet binnengaat, krijgt haar welpen niet.
- 183 当たって砕けろ Stort je erop, al breek je.
- 184 九死に一生を得る Negen doden overleven voor één leven.
- 185 起死回生 Tot leven wekken wat dood leek.
- 186 心機一転 Een volledige omwenteling van het hart.
- 187 捲土重来 Terugkeren en het stof doen opwaaien.
- 188 不撓不屈 Niet buigen, niet breken.
- 189 一念岩をも通す Een vastberaden wil doorboort zelfs de rots.
- 190 押してもだめなら引いてみな Helpt duwen niet, probeer dan te trekken.
- 191 窮すれば通ず In de impasse opent zich een doorgang.
- 192 止まない雨はない Er bestaat geen regen die niet ophoudt.
- 193 逃げるが勝ち Weten terug te trekken is winnen.
- 194 三十六計逃げるに如かず Van de zesendertig krijgslisten is de terugtocht de beste.
- 195 犬も歩けば棒に当たる Zelfs de hond die uitloopt, komt iets tegen.
- 196 蝸牛そろそろ登れ富士の山 Slakje, beklim, heel zachtjes, de berg Fuji.
- 197 積小為大 Het kleine opstapelen maakt het grote.
- 198 千日の稽古を鍛とし、万日の稽古を錬とす Duizend dagen oefening smeden; tienduizend dagen polijsten.
- 199 身を浅く思い、世を深く思う Licht denken over jezelf, diep denken over de wereld.
- 200 人の一生は重荷を負うて遠き道を行くが如し Het leven van een mens is een lange weg, afgelegd met een last; haasten dient tot niets.
- 201 人は城、人は石垣、人は堀 De mensen zijn het kasteel, de mensen zijn de muren, de mensen zijn de grachten.
- 202 泰然自若 Kalm en zichzelf gelijk, wat er ook gebeurt.
- 203 独立独歩 Op eigen benen, met eigen tred.
- 204 付和雷同 De echo van de donder volgen zonder eigen mening.
- 205 蛙の面に水 Water op de snuit van een kikker.
- 206 人の噂も七十五日 Een gerucht leeft maar vijfenzeventig dagen.
- 207 勝負は時の運 De uitkomst van een duel hangt ook van het uur af.
- 208 水に流す Het water laten meenemen.
- 209 夏草や兵どもが夢の跡 Zomergras — van de dromen der krijgers, ziedaar wat rest.
- 210 旅に病んで夢は枯野をかけ廻る Ziek op reis — mijn dromen dolen nog over de dorre vlakte.
- 211 名月や池をめぐりて夜もすがら Volle maan — heel de nacht liep ik rond de vijver.
- 212 山路来て何やらゆかしすみれ草 Bergpad — een ik-weet-niet-wat ontroerends: een viooltje.
- 213 荒海や佐渡によこたふ天河 Woeste zee — uitgestrekt over het eiland Sado, de Melkweg.
- 214 梅が香にのつと日の出る山路かな Geur van pruimenbloesem — en plots rijst de zon boven het bergpad.
- 215 行く春や鳥啼き魚の目は泪 De lente vertrekt — vogels schreeuwen, er staan tranen in het oog van de vissen.
- 216 枯朶に烏のとまりけり秋の暮 Op de dode tak is een kraai neergestreken — herfstavond.
- 217 初しぐれ猿も小蓑をほしげ也 Eerste koude regen — ook de aap zou graag een strooien manteltje willen.
- 218 雲の峰幾つ崩れて月の山 Hoeveel wolkentoppen zijn ingestort — en zie, de berg onder de maan.
- 219 この道や行く人なしに秋の暮 Deze weg — niemand anders die hem gaat. Herfstavond.
- 220 雪とけて村いっぱいの子どもかな De sneeuw is gesmolten — het dorp stroomt vol kinderen.
- 221 めでたさも中位なりおらが春 Een geluk, heel middelmatig, welbeschouwd — mijn eigen nieuwjaar.
- 222 我と来て遊べや親のない雀 Kom met mij spelen, musje zonder ouders.
- 223 やれ打つな蠅が手をすり足をする Sla haar niet! De vlieg wringt haar handjes, wringt haar pootjes.
- 224 うまさうな雪がふうはりふはりかな Wat ziet ze er lekker uit, de vallende sneeuw — vlokkig, donzig.
- 225 五月雨や大河を前に家二軒 Junigenregens — tegenover de gezwollen rivier, twee huizen.
- 226 夏河を越すうれしさよ手に草履 Wat een geluk, de zomerrivier over te steken, sandalen in de hand!
- 227 朝顔や一輪深き淵の色 Een winde — een enkele bloem, blauw als een diepe kolk.
- 228 不二ひとつうづみ残して若葉かな Het jonge loof heeft alles bedolven — behalve, alleen, de berg Fuji.
- 229 釣鐘にとまりて眠る胡蝶かな Op de grote klok neergestreken slaapt een vlinder.
- 230 いくたびも雪の深さを尋ねけり Telkens en telkens weer vraag ik: de sneeuw, hoe hoog ligt hij nu?
- 231 鶏頭の十四五本もありぬべし Hanenkammen — het moeten er wel veertien of vijftien zijn.
- 232 春や昔十五万石の城下かな Lente — eertijds een fiere stad aan de kasteelvoet, honderdvijftigduizend koku.
- 233 夏嵐机上の白紙飛び尽す Zomerstorm — alle witte vellen van het bureau weggewaaid.
- 234 分け入っても分け入っても青い山 Hoe diep ik ook doordring, steeds dieper doordring — blauwe bergen.
- 235 臨機応変 Het moment beantwoorden zoals het komt.
- 236 適材適所 Het goede hout op de goede plaats.
- 237 千載一遇 Eén ontmoeting in duizend jaar.
- 238 有終の美 De schoonheid van een voltooid einde.
- 239 単刀直入 Alleen binnengaan, sabel getrokken, recht op het doel af.
- 240 我田引水 Het water naar je eigen rijstveld leiden.
- 241 本末転倒 De tak voor de wortel houden.
- 242 自画自賛 Zelf de lof schrijven van je eigen schilderij.
- 243 呉越同舟 Vijanden van Wu en Yue in dezelfde boot.
- 244 疑心暗鬼 Argwaan bevolkt de schaduw met spoken.
- 245 五里霧中 Verdwaald in vijf mijl mist.
- 246 竜頭蛇尾 Drakenkop, slangenstaart.
- 247 画竜点睛 De pupil van de draak schilderen.
- 248 蛇足 Poten aan de slang.
- 249 矛盾 De lans en het schild.
- 250 朝三暮四 Drie 's ochtends, vier 's avonds.
- 251 粉骨砕身 Je botten vermalen, je lichaam verbrijzelen.
- 252 文武両道 De pen en de sabel, de twee wegen.
- 253 二人三脚 Twee mensen, drie benen.
- 254 首尾一貫 Uit één draad, van kop tot staart.
- 255 手前味噌 Je eigen miso prijzen.
- 256 猫の手も借りたい Zelfs de poten van de kat zou je willen lenen.
- 257 月とすっぽん De maan en de moerasschildpad.
- 258 骨折り損のくたびれ儲け Als enige winst voor de moeite: de vermoeidheid.
- 259 泥棒を捕らえて縄を綯う Het touw vlechten nadat de dief gevangen is.
- 260 立て板に水 Water over een rechtopstaande plank.
- 261 馬耳東風 Lentewind aan de oren van het paard.
- 262 高嶺の花 De bloem op de hoge top.
- 263 見ぬが花 Wat je niet hebt gezien, is de bloem.
- 264 会うは別れの始め Elkaar ontmoeten is beginnen afscheid te nemen.
- 265 無理が通れば道理引っ込む Waar het onrecht doorgang vindt, trekt de rede zich terug.
- 266 泣く子と地頭には勝てぬ Tegen een huilend kind en een plaatselijke heer wint niemand.
- 267 残り物には福がある In wat overblijft, schuilt geluk.
- 268 腹が減っては戦ができぬ Een lege maag voert geen oorlog.
- 269 花は折りたし梢は高し Je zou de bloem willen plukken, maar de tak is hoog.
- 270 目は心の鏡 De ogen zijn de spiegel van het hart.
- 271 名は体を表す De naam onthult het wezen.
- 272 六十の手習い Kalligrafie leren op je zestigste.
- 273 世間は広いようで狭い De wereld lijkt groot, en ze is klein.
- 274 明日は我が身 Morgen ben ik het misschien.
- 275 長い物には巻かれろ Laat je omwikkelen door wat langer is dan jij.
- 276 六日の菖蒲、十日の菊 Iris van de zesde, chrysant van de tiende: één dag te laat.
- 277 笑いは人の薬 De lach is het medicijn van de mensen.
- 278 頭の上の蠅を追え Verjaag eerst de vliegen boven je eigen hoofd.
- 279 口八丁手八丁 Vaardig met de tong, vaardig met de handen.
- 280 読み書きそろばん Lezen, schrijven, rekenen.
- 281 雪月花 De sneeuw, de maan, de bloesems.
- 282 三日坊主 Monnik van drie dagen.
- 283 学びて思わざれば則ち罔し Leren zonder nadenken leidt slechts tot duisternis.
- 284 己の欲せざる所は人に施すことなかれ Doe een ander niet aan wat je voor jezelf niet zou willen.
- 285 一寸の光陰軽んずべからず Acht een duim tijd niet gering.
- 286 春はあけぼの In de lente is het de dageraad.
- 287 家の作りやうは夏をむねとすべし Laat een huis met het oog op de zomer worden gebouwd.
- 288 少しのことにも先達はあらまほしきことなり Zelfs voor een kleine zaak is een gids wenselijk.
- 289 よどみに浮かぶうたかたは、かつ消えかつ結びて、久しくとどまりたるためしなし Het schuim dat op het stille water drijft, lost hier op, vormt zich daar opnieuw, en blijft nooit lang.
- 290 やまとうたは、人の心を種として、万の言の葉とぞなれりける De Japanse poëzie heeft het mensenhart als zaad, waaruit myriaden bladeren van woorden groeien.
- 291 花の色は移りにけりないたづらに我が身世にふるながめせしまに De kleur van de bloesems is vergaan, terwijl ik de lange regens zag vallen — en mijn leven voorbijgaan.
- 292 田子の浦にうち出でて見れば白妙の富士の高嶺に雪は降りつつ Uitkomend op de baai van Tago zie ik: op de hoge top van de Fuji, wit, de sneeuw die nog valt.
- 293 秋の田のかりほの庵の苫をあらみ我が衣手は露にぬれつつ In de wachthut van de herfstrijstvelden, met zijn te losse dak van riet, worden mijn mouwen nat van de dauw.
- 294 智に働けば角が立つ。情に棹させば流される。意地を通せば窮屈だ。 Te veel verstand stoot. Te veel gevoel sleurt mee. Te veel wil knelt. Waarlijk, de mensenwereld is moeilijk bewoonbaar.
- 295 雨ニモマケズ 風ニモマケズ Niet wijkend voor de regen, niet wijkend voor de wind.
- 296 家は漏らぬほど、食事は飢えぬほどにて足る事なり Een huis dat niet lekt, maaltijden die de honger stillen: dat volstaat.
- 297 秘すれば花 Geheim gehouden wordt het de bloem.
- 298 天は人の上に人を造らず人の下に人を造らず De hemel schept geen mens boven de mensen, en geen mens eronder.
- 299 国破れて山河あり Het land is verwoest; de bergen en rivieren blijven.
- 300 初心の花を忘るべからず Vergeet de bloem van je begin niet.
- 301 われ、ただ足るを知る Ik ken slechts het genoeg.
- 302 一日一歩、三日で三歩 Eén stap per dag: in drie dagen, drie stappen.
- 303 実るまで待つのも修行 Wachten tot het rijpt, hoort ook bij de leerschool.
- 304 蒔かれた場所で咲きなさい Bloei waar je gezaaid bent.