筆
Fude
Sei Shōnagon, Kenkō, Chōmei, Sōseki.
- 290 やまとうたは、人の心を種として、万の言の葉とぞなれりける De Japanse poëzie heeft het mensenhart als zaad, waaruit myriaden bladeren van woorden groeien.
- 286 春はあけぼの In de lente is het de dageraad.
- 287 家の作りやうは夏をむねとすべし Laat een huis met het oog op de zomer worden gebouwd.
- 288 少しのことにも先達はあらまほしきことなり Zelfs voor een kleine zaak is een gids wenselijk.
- 109 ゆく河の流れは絶えずして、しかももとの水にあらず De rivier stroomt zonder ophouden, en toch is het nooit hetzelfde water.
- 289 よどみに浮かぶうたかたは、かつ消えかつ結びて、久しくとどまりたるためしなし Het schuim dat op het stille water drijft, lost hier op, vormt zich daar opnieuw, en blijft nooit lang.
- 291 花の色は移りにけりないたづらに我が身世にふるながめせしまに De kleur van de bloesems is vergaan, terwijl ik de lange regens zag vallen — en mijn leven voorbijgaan.
- 292 田子の浦にうち出でて見れば白妙の富士の高嶺に雪は降りつつ Uitkomend op de baai van Tago zie ik: op de hoge top van de Fuji, wit, de sneeuw die nog valt.
- 294 智に働けば角が立つ。情に棹させば流される。意地を通せば窮屈だ。 Te veel verstand stoot. Te veel gevoel sleurt mee. Te veel wil knelt. Waarlijk, de mensenwereld is moeilijk bewoonbaar.
- 295 雨ニモマケズ 風ニモマケズ Niet wijkend voor de regen, niet wijkend voor de wind.
- 297 秘すれば花 Geheim gehouden wordt het de bloem.
- 300 初心の花を忘るべからず Vergeet de bloem van je begin niet.